Zoek binnen hvdsg.nl...

‘Gemeenten en verenigingen moeten aan de bak’

Krimp zorgt voor onoverkomelijke veranderingen

Een derde van de Nederlandse gemeente kampt de komende decennia met krimp. Desondanks komt het onderwerp niet of nauwelijks voor in de nieuwe collegeprogramma’s, constateert Remco Hoekman van het Mulier Instituut. Gemeenten schuiven een antwoord op de problematiek vooruit. Sportaccom kijkt wél voorzichtig naar de nabije toekomst.

Onderzoeker Hoekman van het Mulier Instituut in Utrecht heeft dat beroepshalve al gedaan. Tijdens een VSG-kennisdag in april gaf hij een inkijkje in de gevolgen van de krimp voor Limburg en Brabant. Ook tijdens het VSG-congres in september blikt hij stevig vooruit. Het verbaast hem dat gemeenten dat zelf nog niet massaal doen. “Prognoses wijzen al langer uit dat de bevolking gaat krimpen, maar veel gemeenten hebben lang gedacht dat ze met marketingcampagnes nieuwe inwoners konden lokken. Valse hoop, zo staat zo langzamerhand wel vast. Nederland vergrijst en krimp hou je niet tegen. Je kunt je er maar beter op voorbereiden.”

Minder bewoners betekent ontegenzeggelijk dat er meer geld nodig is om voorzieningen in stand te houden. Dat geldt zeker voor sportaccommodaties. Veel visie hebben de gemeenten daarop nog niet ontwikkeld, stelt Hoekman vast. “Vroeger was het zo dat gemeenten eerst wijken bouwden en pas daarna over sportvoorzieningen nadachten. Nu zie je hetzelfde principe, maar dan andersom: veel gemeenten denken pas bij leegstand na over de toekomst van een accommodatie en bezien bij nieuwbouw niet altijd hoe de behoefte zich de komende 10 tot 15 jaar ontwikkelt”, zegt de onderzoeker. Al zijn er ook goede voorbeelden te noemen. Hij noemt de regio Venlo en delen van Groningen waar gemeenten gezamenlijk beleid maakten voor sportaccommodaties. “Verder blijft het vaak bij goede voornemens. Het blijft traditioneel een lastig onderwerp: iedere gemeente wil uiteindelijk zijn eigen zwembad.”

Politieke lef

Het Huis voor de Sport Groningen onderzocht in opdracht van een groot aantal gemeenten in de noordelijke provincie wél de toekomst van de regionale zwembaden. Conclusie is dat een behoorlijk aantal accommodaties op termijn moet sluiten. Na publicatie in het voorjaar is het voorlopig stil rond het rapport. “Het onderzoek is tijdelijk in de gemeentelijke lades beland, maar daar komt het zeker weer uit”, verwacht directeur Rob de Waard van het Huis voor de Sport. “Het vraagt natuurlijk een flinke portie politieke lef om dit soort onderwerpen ter sprake te brengen, maar daar komen we zo langzamerhand niet meer onderuit.”

In Groningen speelt buiten de krimp ook nog een herindeling. Als het aan het rijk en de provincie ligt telt Groningen straks nog maar zes in plaats van drieëntwintig gemeenten. Die onderzoeken momenteel welke gemeentelijke huwelijken het meeste succes kunnen hebben. “Vermoedelijk gaan straks drie tot vijf gemeenten op in een nieuwe organisatie. Samen moeten ze een toekomstvisie opstellen. Ook over de toekomst van sportaccommodaties”, vertelt Sandra Driesens van de Provincie Groningen. Ze wil maar zeggen dat de provincie zelf geen rol speelt in de vraag welke voorzieningen straks nog nodig zijn. “Gemeenten moeten gezamenlijke keuzes maken. Overigens zijn er in onze provincie al wel samenwerkingen op dit gebied. In het verleden realiseerden Delfzijl en Appingedam bijvoorbeeld gezamenlijk een zwembad.”

Andere structuur

“Je kunt het ook niet langer alleen”, vindt De Waard, die verwacht dat de komende tijd ‘veel gaat gebeuren’. “De gemeenten beseffen echt wel dat de tijd rijp is voor een integraal beleid, waarbij ze samen moeten nadenken over de toekomst van sportaccommodaties. Zelf verwacht ik dat de sportinfrastructuur er over twintig jaar heel anders uitziet, zelfs over tien jaar al. Misschien niet direct in de Randstad, wel op het platteland. Het is onvermijdelijk dat we de komende jaren nadenken over wel of niet privatiseren, andere verenigingsstructuren en nieuwe beheervormen. We krijgen een heel andere structuur.”

Gemeenten moeten volgens De Waard minder ‘huisbaas’ zijn en zorgen dat sportverenigingen nog meer het middelpunt van een samenleving vormen. “De traditionele vereniging gaat op de schop. Fenomenen als  de ‘open club’ en ons eigen project Sportdorp worden steeds belangrijker. Die zorgen dat sportverenigingen en andere lokale partijen in een wijk of dorp samenwerken en dat bewoners vanuit hun eigen behoefte meer en vaker sporten. Dat is een heel belangrijk instrument om de gevolgen van krimp op te vangen. Als mensen meer sporten en de sportaccommodaties ook door de week meer worden gebruikt voor andere doeleinden, is de toekomst van voorzieningen eerder gegarandeerd. En daarbij komt de leefbaarheid van woonkernen om de hoek kijken.”

Multifunctioneel

Met die opmerking sluit De Waard aan bij de constateringen van Hoekman. Die stelt vast dat accommodaties nog multifunctioneler moeten worden en ziet dat wél terug als beleidsvoornemen in de collegeprogramma’s. Meer mensen uit een gemeenschap moeten op een accommodatie terecht kunnen, zodat een sportterrein ook op de lange termijn toekomst heeft. “Daarbij speelt ook de vergrijzing een belangrijke rol”, zegt Hoekman. “In 2018 is een kwart van de bevolking 65-plusser, terwijl het nu vooral jongeren zijn die lid zijn van een sportvereniging en de sportaccommodaties gebruiken. We hebben dus straks én minder inwoners én minder mensen die sporten. Als verenigingen niet op die ontwikkeling inspelen, kampen ze de komende jaren met kelderende ledenaantallen en sommigen zelfs met een gebrek aan toekomstperspectief. Ze moeten zorgen dat ze aantrekkelijk zijn voor nieuwe en dan vooral oudere doelgroepen.”

Hoekman draagt die boodschap tijdens bijeenkomsten met verenigingen regelmatig uit. Hij heeft de indruk dat verenigingen beseffen dat ze aan de bak moeten. Al was het maar om te voorkomen dat leden die straks nog wel sporten torenhoge contributiegelden moeten betalen. Van de overheid is immers weinig financiële steun te verwachten.

Ondanks zijn waarschuwingen, is Hoekman niet somber over de toekomst van de Nederlandse sportinfrastructuur. “Nederland heeft in Europees perspectief de hoogste tevredenheid over sport en beweegmogelijkheden in de  buurt en we kennen een uitstekende verenigingsstructuur. Die Europese koppositie zijn we echt niet kwijt als een aantal accommodaties worden gesloten, omdat de vraag afneemt. De sporters moeten hooguit wat verder reizen naar een accommodatie, maar gelet op de huidige dichtheid van sportvoorzieningen en de mobiliteit van de bevolking, heeft dit vermoedelijk geen grote gevolgen. Al komt er bij sluiting natuurlijk altijd veel emotie kijken.”

Meer nieuws

Arbeidsloket presenteert animatievideo

Sportkantines worden steeds gezonder

Vernieuwde website Sporthopper online!

Provinciale Vrijwilligersprijs 2017

Sportcoaches richten zch op gehandicapten

Beweegcoach als spil in lokaal netwerk

Cursus valpreventie in Groningen

Nieuws voor sportorganisaties over arbeidsrecht

SportinZicht juli 2017 nu online!

meer nieuws in het archief