Zoek binnen hvdsg.nl...

NASB

Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB)

Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) brengt mensen in beweging. Vanuit NASB wordt geld en ondersteuning beschikbaar gesteld wat gemeenten helpt bij het opzetten van beweegbeleid. Daarnaast ondersteunt het NASB bij het verder ontwikkelen van beweegprojecten. Het NASB richt zich primair op drie sectoren: gemeenten, de georganiseerde sport en het bedrijfsleven en op vijf thema’s: wijk, school, werk, zorg en sport.

Doel NASB

 

  • NASB voor gemeenten. Honderd gemeenten ontvangen vanuit het NASB een subsidie, de zogenaamde Impuls NASB om beweegbeleid op te zetten. Het NASB is er echter ook voor gemeenten die geen subsidie ontvangen, deze gemeenten kunnen rekenen op basisondersteuning.
  • NASB voor bedrijven. Binnen NASB-Werk stimuleert NISB bedrijven en branches om meer beleidsmatige inspanningen te doen om werknemers in beweging te houden op of om het werk.
  • NASB voor sportorganisaties. Binnen NASB Sport werken NOC*NSF en 15 sportbonden aan de ontwikkeling van laagdrempelige sportactiviteiten om te-weinig-actieve mensen meer te laten bewegen.
     

Het NASB moet uiteindelijk leiden tot:

  • het terugdringen van bewegingsarmoede bij vooral te weinig actieve burgers,
  • de vermindering van overgewicht onder de Nederlandse bevolking,
  • het terugdringen van andere gezondheidsproblemen als diabetes, hart- en vaatziekten en depressie,
  • het realiseren van een meer beweegvriendelijke omgeving.
     

Selectie van gemeenten
De gemeenten hebben op lokaal niveau de regierol om te-weinig-actieve burgers te verleiden meer te gaan bewegen en zodoende een actieve leefstijl te bevorderen. Het budget van het NASB is te beperkt om alle gemeenten te bedienen. Daarom wordt de uitkering alleen beschikbaar gesteld aan gemeenten met de grootste gezondheidsachterstanden. De reden hiervoor is dat juist daar de meeste te weinig actieve Nederlanders te vinden zijn.
De Rijksbijdrage is een impuls van beperkte duur (voor een projectperiode van 4 jaar). De Rijksbijdrage komt in twee tranches beschikbaar: In 2008-2010 (eerste tranche) voor zo'n 50 gemeenten met de grootste gezondheidsachterstand en in 2010-2012 (tweede tranche) aan nog eens zo'n 50 gemeenten op basis van de grootste gezondheidsachterstand. In het algemeen komen gezondheidsachterstanden vooral voor bij groepen met een lage sociaal-economische status.
 

Deelnemende gemeenten in Groningen
Appingedam, Bedum, Bellingwedde, Delfzijl, De Marne, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Hoogezand, Leek, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Vlagtwedde en Veendam.